Geef de schreeuwer niet de microfoon

Opinie

Geef de schreeuwer niet de microfoon

Elke verhitte bijeenkomst heeft er een. De man die opstaat en het woord neemt zonder het te vragen. De vrouw die elke nuance wegzet als verraad. De stem die in drie zinnen een zaal in tweeën deelt, in de raadszaal, op de ouderavond, in de personeelskantine en natuurlijk online, waar de schreeuwer nooit slaapt.

En kijk wat wij doen, keer op keer. We geven hem de microfoon. Letterlijk, omdat de gespreksleider hoopt dat het dan overwaait. En figuurlijk, omdat de hele agenda van het gesprek zich naar hem vormt: de wethouder reageert op hem, de school schrijft een brief vanwege hem, de media citeren hem. De schreeuwer is misschien vijf procent van de zaal, maar hij krijgt vijfennegentig procent van de aandacht.

De schreeuwer heeft de aandacht nodig, niet het gelijk

Polarisatiedenker Bart Brandsma heeft het scherp beschreven: aan de uiteinden van elk verhit thema staan figuren die brandstof leveren aan het wij-zij-denken, en die brandstof is aandacht. De schreeuwer wint niet door gelijk te krijgen. Hij wint doordat iedereen zich tot hem verhoudt. Elk weerwoord, elke factcheck, elke verontwaardigde reactie bevestigt zijn hoofdrol. Wie de schreeuwer bestrijdt met argumenten, speelt zijn spel op zijn speelveld.

Dat wil niet zeggen dat je hem zijn gang laat gaan. Grenzen zijn nodig: wie bedreigt of haat zaait, hoort een grens te voelen, geen podium te krijgen. Maar tussen negeren en bestrijden ligt een derde weg, en die wordt bijna nooit gekozen: de aandacht verleggen.

De echte wedstrijd gaat om het midden

Want terwijl iedereen naar de schreeuwer kijkt, staat de grootste groep zwijgend in het midden. De ouders die geen kamp kiezen maar zich wel steeds ongemakkelijker voelen. De collega’s die het gesprek in de kantine ontwijken. De bewoners die de buurtapp uitzetten omdat ze de toon niet meer verdragen. Dat stille midden is geen lauwe massa; het is de groep waar de polarisatie gewonnen of verloren wordt. Elke dag dat het debat over de flanken gaat, schuift een stukje van dat midden op, niet omdat de schreeuwer overtuigt, maar omdat zwijgen steeds ongemakkelijker wordt en er maar twee smaken lijken te bestaan.

En er is nog een groep die we vergeten, en die me na aan het hart ligt: de ongehoorde stemmen, de mensen die het gesprek allang voeren maar nooit op de plekken waar wij luisteren. De wrange grap is dat menig schreeuwer zijn energie juist dáár vandaan haalt: hij presenteert zich als de stem van de mensen die niemand hoort. Zolang wij die mensen inderdaad niet horen, heeft hij een punt, en dat is het enige punt dat je hem niet mag laten houden.

Wat te doen als de schreeuwer opstaat

Mijn recept, na jaren zalen, wijken en schoolpleinen, is steeds hetzelfde.

Begrens de vorm, niet de mening. Op de inhoud mag alles gezegd worden; op intimidatie en haat staat een grens die je zonder drama maar zonder uitzondering bewaakt.

Beantwoord de schreeuw niet, maar de vraag eronder. Achter de hardste stem zit bijna altijd een echte zorg die ook in het stille midden leeft: over veiligheid, over gezien worden, over de toekomst van de kinderen. Adresseer die zorg, hardop, zonder de schreeuwer als adres te gebruiken.

En investeer je aandacht waar de wedstrijd echt gespeeld wordt: organiseer het gesprek met het midden en de ongehoorden, op hun plekken, via de mensen die zij al vertrouwen. Niet als reactie op de schreeuwer, maar als structuur die er staat vóórdat hij opstaat. Een zaal die weet dat er naar haar geluisterd wordt, geeft de schreeuwer geen zaal.

De schreeuwer verdwijnt nooit helemaal, en dat hoeft ook niet; een samenleving verdraagt harde stemmen. Wat ze niet verdraagt, is dat de hardste stem de enige is die telt. De microfoon is van ons allemaal. Laten we hem vaker doorgeven aan wie hem nooit vraagt.

Oussama Ben Chaib is oprichter van Diveclusion en werkt in wijken, zorg en sociaal domein aan verbinding via de stemmen die mensen al vertrouwen, onder meer met Vertrouwde Stemmen.

Facebook
Twitter
LinkedIn